Aardverschuivingen bij objectieve verdeling WMO budget

images-4Invoering van een model voor objectieve verdeling van Wmo-gelden gaat gepaard met grote verschuivingen ten opzichte van de manier waarop de pot in 2015 is verdeeld. De verschillen lopen uiteen van 58 procent minder tot 75 procent meer per gemeente.
Dat blijkt uit de septembercirculaire die op Prinsjesdag verscheen. Het totaaloverzicht dat Binnenlands Bestuur maakt, laat zien dat het voor de meeste gemeenten niet om budgetwijzigingen van enkele procenten gaat, maar om tien tot tientallen procenten.

.

 

Objectieve criteria

Het Wmo-budget voor 2015 is verdeeld op basis van de geschiedenis: gemeenten waarvan de inwoners in het verleden veel zorg kregen toegewezen, krijgen komend jaar het meeste geld. Deze manier van verdelen moet plaats maken voor objectieve criteria die vaststellen wat de behoefte is aan zorg in een specifieke gemeente is. De aardverschuiving die invoering van zo'n objectief verdeelmodel met zich meebrengt, wekt de suggestie dat zorgtoewijzing tot dusverre natte vingerwerk was.

Grootste klappen

Uit het eind augustus gepresenteerde objectieve verdeelmodel viel al te destilleren waar de grootste klappen zouden vallen: onder gemeenten met een grote orthodox protestants-christelijke gemeenschap en onder de kleinere steden. De exacte bedragen per gemeente die nu bekend zijn gemaakt, bevestigen dit beeld, al zijn er ook onder deze typen gemeenten grote verschillen. Urk, Staphorst, Zwartewaterland, Barneveld, Oldebroek en Alblasserdam gaan er meer dan 20 procent op achteruit. Korendijk, Reimerswaal, Tholen en Lingewaal gaan er meer dan 20 procent op vooruit. Onder de gemeenten tussen de 50 en 100 duizend inwoners gaan er dertien meer dan 10 procent op achteruit en zes meer dan 10 procent op vooruit.

G4

Ook onder de vier grote steden zijn de verschillen groot. Den Haag levert bij invoering van het objectieve verdeelmodel 14 procent van het Wmo-budget in, Rotterdam 1 procent. Utrecht krijgt er daarentegen 24 procent bij. Amsterdam lijkt de Wmo-zorg momenteel al uiterst verantwoord toe te wijzen: invoering van een objectief verdeelmodel maakt voor de hoofdstad niet uit ten opzichte van het historische model.

Krimpgemeenten

In gebieden waar de bevolking krimpt (krimpregio's) of waar dat binnenkort gaat gebeuren (anticipeerregio's) komen vooral de gemeenten in Twente er bekaaid vanaf. Tubbergen, Twenterand, Dinkelland, Almelo en Oldenzaal leveren allemaal meer dan 20 procent in. Maar ook Zuid-Limburgse gemeenten kunnen aanzienlijk minder geld verwachten. De gemeenten rondom Rotterdam, die er in de huidige budgetverdeling bekaaid vanaf komen, profiteren juist van een objectieve verdeling. Brielle, Nederlek, Schoonhoven en Bernisse krijgen een meer dan 50 procent hoger budget.

Ingroeipad

De invoering van het objectieve verdeelmodel begint in 2016. Dat gebeurt niet in één klap. Eerst zal het gemeentelijke Wmo-budget gebaseerd zijn op een combinatie van historische en objectieve verdeling. Wanneer het budget geheel is gebaseerd op objectieve criteria, is nog niet duidelijk. 'De invoering van de objectieve verdeelmodellen in 2016 gaat vergezeld van een ingroeipad', aldus de septembercirculaire. De bedoeling is dat rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) er eind dit jaar uit zijn. De decembercirculaire moet duidelijk maken in welk tempo het objectieve verdeelmodel wordt ingevoerd en welk budget gemeenten in 2016 tegemoet kunnen zien. Maar zeker is dat nogal wat gemeenten zich eerder moeten voorbereiden op een lijdensweg dan op een ingroeipad.