Wie zorgt er nog voor de ouderen?

Op de mantelzorgers, zoals kinderen en buren, komt veel meer druk te staan, verwacht de huisartsenvereniging. Huisartsen vrezen dat bejaarde patiënten verkommeren door sluiting van tehuizen.

.

Huisartsen maken zich grote zorgen over het lot van hun oudere patiënten. Door het sluiten van verzorgingshuizen zien ze veel ouderen in de problemen komen. Dat blijkt uit een enquête van de Landelijke Huisartsen Vereniging LHV.

 

Meer dan 80 procent vreest dat ouderen slechter gaan eten en drinken en vereenzamen. Bijna de helft van de huisartsen verwacht dat ouderen ook geestelijk achteruit gaan,doordat ze langer thuis moeten blijven wonen en zo minder in beeld zijn. Zeker 78 procent van de huisartsen ziet nu al problemen ontstaan. 

 

Door de bezuinigingen komen ouderen niet meer zomaar in aanmerking voor een plek in een verzorgingshuis. Sinds dit jaar moeten zelfs ouderen die onder het ‘zorgzwaartepakket4’ vallen, thuis blijven wonen. Dat zijn patiënten met lichte dementie, blindheid en chronische ziekten die voortdurend verpleegkundige aandacht nodig hebben. Maar die aandacht en een goede opvang in de wijk zijn er nog niet. 

 

“De meeste mensen willen wel langer thuis blijven wonen, maar dan moet hun zorg goed zijn geregeld,” zegt LHV-voorzitter Steven van Eijck. “De voorgenomen uitbreiding van het aantal wijkverpleegkundigen juichen wij toe, maar zij zijn nog niet aan de slag, terwijl de problemen nu spelen. Wie houdt nu in de gaten of mensen wel goed eten en drinken en niet vereenzamen?”

 

Hilde van Meer deelt die zorgen. Zij is een van de huisartsen die de enquête hebben ingevuld. “We begrijpen allemaal dat er moet worden bezuinigd, maar om dan tegelijk op de huishoudelijke hulp zwaar te beknibbelen... Die medewerkers waren onze ogen en oren bij de mensen thuis. Zij hadden voorheen tijd even een kop koffie te drinken, een praatje te houden, de koelkast open te trekken om te zien of er geen beschimmeld eten in lag. Nu hebben ze daar geen tijd meer voor, binnen een uur moet alles schoon.” Zelfs als er betrokken kinderen zijn, kan het misgaan. Vorig jaar heeft ze een 100-jarige patiënt weten onder te brengen in een verzorgingshuis. Ze had hart- en nierproblemen. Toen ze nog thuis woonde, kwamen haar kinderen dagelijks bij haar langs. Dat ging prima, tot hun moeder angstig begon te worden. “Ze belde regelmatig midden in de nacht haar dochter op, die de volgende ochtend moest werken. Dat werd een enorme belasting. Gelukkig konden we haar vorig jaar nog in een tehuis onderbrengen. Maar sinds dit jaar moeten ouderen met een soortgelijke behoefte aan zorg thuis blijven wonen.”

 

Op de mantelzorgers - kinderen, buren - komt dan ook veel meer druk te staan, zegt 97 procent van de huisartsen. Van Meer: “Als je van hen nóg meer verwacht, zie ik daar problemen ontstaan. De meeste mantelzorgers hebben een fulltime baan, hebben zelf kinderen. Bovendien moeten ze ook maar in de buurt wonen.” LHV-voorzitter Van Eijck vindt dat overheid en gemeenten de zorgen uiterst serieus moeten nemen. “Een oplossing is dat de wijkverpleegkundige versneld wordt ingevoerd. En kleinere praktijken, zodat de huisartsen meer tijd krijgen voor patiënten. We kunnen niet accepteren dat naar kwetsbare ouderen niet meer wordt omgekeken."